Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Hosea 12

Hosea

Index

Hoofdstuk 13

1

 

 Als Efraim sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israel; maar hij is schuldig geworden aan den Baal en is gestorven. 

 

 


2

 

 En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zijnochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen. 

 

 


3

 

 Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd. 

 

 


4

 

 Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik. 

 

 


5

 

 Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land. 

 

 


6

 

 Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. 

 

 


7

 

 Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg. 

 

 


8

 

 Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurdehen. 

 

 


9

 

 Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp. 

 

 


10

 

 Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten? 

 

 


11

 

 Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid. 

 

 


12

 

 Efraims ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd. 

 

 


13

 

 Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan. 

 

 


14

 

 Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogenverborgen zijn, 

 

 


15

 

 Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen,diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven.  

 

 


16

 

 Samaria zal woest worden, want zij is wederspannig geweest tegen haar God; zij zullen door het zwaard vallen, hun kinderkens zullen verpletterd, en hun zwangere vrouwenzullen opengesneden worden. 

 

 


Hosea 14

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Items are Available At These Sites: