Nederlands StatenVertalings 1715 Bijbel

Richtere 16

Richtere

Index

Hoofdstuk 17

1

 

 En er was een man van het gebergte van Efraim, wiens naam was Micha. 

 

 


2

 

 Die zeide tot zijn moeder: De duizend en honderd zilverlingen, die u ontnomen zijn, om dewelke gij gevloekt hebt, en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie, dat geldis bij mij, ik heb dat genomen. Toen zeide zijn moeder: Gezegend zij mijn zoon den HEERE! 

 

 


3

 

 Alzo gaf hij aan zijn moeder de duizend en honderd zilverlingen weder. Doch zijn moeder zeide: Ik heb dat geld den HEERE ganselijk geheiligd van mijn hand, voormijn zoon, om een gesneden beeld en een gegoten beeld te maken; zo zal ik het u nu wedergeven. 

 

 


4

 

 Maar hij gaf dat geld aan zijn moeder weder. En zijn moeder nam tweehonderd zilverlingen, en gaf ze den goudsmid, die maakte daarvan een gesneden beeld en eengegoten beeld; dat was in het huis van Micha. 

 

 


5

 

 En de man Micha had een godshuis; en hij maakte een efod, en terafim, en vulde de hand van een uit zijn zonen, dat hij hem tot een priester ware. 

 

 


6

 

 In diezelve dagen was er geen koning in Israel; een iegelijk deed, wat recht was in zijn ogen. 

 

 


7

 

 Nu was er een jongeling van Bethlehem-Juda, van het geslacht van Juda; deze was een Leviet, en verkeerde aldaar als vreemdeling. 

 

 


8

 

 En deze man was uit die stad, uit Bethlehem-Juda getogen, om te verkeren, waar hij gelegenheid zou vinden. Als hij nu kwam aan het gebergte van Efraim tot aanhet huis van Micha, om zijn weg te gaan, 

 

 


9

 

 Zo zeide Micha tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben een Leviet, van Bethlehem-Juda, en ik wandel, om te verkeren, waar ik gelegenheid zalvinden. 

 

 


10

 

 Toen zeide Micha tot hem: Blijf bij mij, en wees mij tot een vader en tot een priester; en ik zal u jaarlijks geven tien zilverlingen, en orde van klederen, en uwleeftocht; alzo ging de Leviet met hem. 

 

 


11

 

 En de Leviet bewilligde bij dien man te blijven; en de jongeling was hem als een van zijn zonen. 

 

 


12

 

 En Micha vulde de hand van den Leviet, dat hij hem tot een priester wierd; alzo was hij in het huis van Micha. 

 

 


13

 

 Toen zeide Micha: Nu weet ik, dat de HEERE mij weldoen zal, omdat ik dezen Leviet tot een priester heb. Richteren 18 

 

 


Richtere 18

 

 

 

HTMLBible Software - Public Domain Software by johnhurt.com

 


Other Items are Available At These Sites: